Een of meer artikelen in je winkelwagen zijn uitgestelde of terugkerende aankopen. Als ik doorga, ga ik akkoord met het opzeggingsbeleid en geef ik je ook toestemming de vermelde prijzen af te schrijven van mijn betaalmethode, op de vermelde frequentie en datums, totdat mijn bestelling is afgehandeld of totdat ik, indien toegestaan, opzeg.
Het probleem met vooruit willen, is dat niet iedereen meedoet. Ik heb plannen. Richting. Een tempo in mijn hoofd. En dan is daar mijn pup, die midden op het pad blijft staan omdat een tak blijkbaar vandaag belangrijker is dan de toekomst.
Soms vraag ik me af wie hier eigenlijk te snel gaat. Ik, die altijd al een paar stappen verder is. Of hij, die nergens heen hoeft en dat ook totaal niet problematisch vindt.
Ik merk het vooral tijdens het wandelen. Ik loop. Hij onderzoekt. Ik denk aan wat nog moet, hij aan wat er nu ruikt. En elke keer als ik zachtjes aan de lijn trek, lijkt hij te zeggen: waarom zou je haasten als het hier ook prima is?
Misschien is dat wat me frustreert. Niet dat hij langzaam is, maar dat hij geen haast kent. Geen eindpunt. Geen planning. Alleen dit stuk stoep, dit gras, dit moment.
Ik wil vooruit. Hij wil blijven staan. En ergens daartussen gebeurt iets ongemakkelijks: ik moet kiezen of ik door wil trekken, of even wil wachten.
Het vreemde is dat ik dacht dat opvoeden betekende dat ik hem mijn tempo zou leren. Maar steeds vaker voelt het alsof hij mij iets anders probeert duidelijk te maken. Dat snelheid geen doel is. Dat vooruitgang niet altijd betekent dat je verder bent dan gisteren.
Misschien ga ik te snel. Misschien is hij niet te langzaam. Misschien zit ik te ver vooruit.
En heel soms als ik stop met trekken en gewoon naast hem blijf staan valt me op dat er niets mis is met waar we zijn. Dat vooruit ook kan wachten. En dat stilstand, af en toe, verdacht veel lijkt op precies goed.